Erwin Olaf vreest nieuw interbellum

496574In het Museum voor Moderne Kunst Arnhem (MMKA) zijn deze weken de jaren dertig van de vorige eeuw terug. Ten eerste door een herhaling – en uitbreiding – van een tentoonstelling die hier in 1960 ook al hing en toen De bange jaren dertig was gedoopt. Ten tweede door recent Berlijns fotowerk van Erwin Olaf dat bewust de sfeer van het interbellum ademt.

Sinds ik dit blog schrijf, doe ik net alsof het vreselijk belangrijk is dat ik volg wat er links en recht te zien is. Ik lees kranten, surf langs sites en noteer wat ik wil zien. Of wat zo  belangrijk lijkt dat ik het wel móet zien. Zo is inmiddels een lijstje ontstaan dat zich slecht verhoudt tot mijn beschikbare tijd en geld. Er zit weinig anders op dan streng selecteren. En gebruik maken van kansen die zich voordoen. Zoals die dag dat ik twee afspraken had die slecht op elkaar aansloten. Daardoor had ik in Arnhem een klein uurtje ‘vrij’ om even het Museum voor Moderne Kunst binnen te wippen.
Binnen moest ik kiezen. Eerst naar ‘Regressive’ van Edwin Olaf, of eerst naar ‘In de schaduw van Morgen’ met werken van onder meer Dick Ket, Carel Willink, Pyke Koch en Raoul Hynckes.

De La Mar
Die Neorealisten, zoals het MMKA ze noemt, kende ik al lang. Dick Ket en Pyke Koch zijn oude helden die ik dertig jaar geleden fantastisch vond. Daar is nog weinig verrassing van te verwachten. Dus koos ik voor Edwin Olaf, die ik in de loop van de tijd steeds meer ben gaan waarderen.
Op www.erwinolaf.com is onder ‘portfolio’ een mooi overzicht te vinden van zijn werk. Daaruit  kan ik reconstrueren dat het eind jaren tachtig moet zijn geweest dat ik voor het eerst zijn foto’s zag. Waar ik me toen walgend van afkeerde. De serie ‘Chessmen’ deed ik destijds af als ‘relnichten-kunst’. Dat zegt natuurlijk alles over mij.
Inmiddels kijk ik blijkbaar anders en heb ik door later werk ook die vroege series leren waarderen. Vooral de series die hij deze eeuw maakte, zoals ‘Rain’, Hope’ en ‘Hotel’ vind ik prachtig. Het zijn allemaal gekunstelde scènes, maar wel heel mooi gekunsteld. Een absoluut hoogtepunt vind ik de serie die hij in 2009 voor het De La Mar Theater maakte. Misschien omdat het daar werkelijk om scènes gaat. Want met Nederlandse theatergrootheden beeldt hij in die serie verschillende beroemde theaterstukken uit. Ga maar kijken in het De La Mar-theater. Daar hangen ze levensgroot en zeer op hun plaats.

Jesse Owens
Berlin_Freimaurer_Loge_Dahlem-MED‘RegressivBerlin_Portrt_05-MEDe’ in het MMKA is het resultaat van de Johannes Vermeer Prijs die Erwin Olaf in 2011 ontving voor zijn hele oeuvre. De prijs bestaat uit financiele ondersteuning om een nieuw project te realiseren. Olaf gebruikte die om in Berlijn de serie ‘Berlin’ te maken, die het hart vormt van de kleine, overzichtelijke tentoonstelling in Arnhem.
Het is geen feestelijk beeld dat Olaf ons voorschotelt. Hij grijpt terug op de sfeer van het interbellum, van de jaren dertig met een langdurige economische crisis en van een volk dat zwak en lijdzaam van hogerhand aangewezen zondebokken beschimpt. Zo’n onheilszwangere tijd maken we volgens Olaf nu weer mee. De Berlijnse beelden van Olaf zijn dan ook grimmig. Een jongeman zit mismoedig op de tree van een trap, alsof alles reddeloos is verloren. Een jongen en een meisje, beiden hooguit tien jaar, kijken in strakke donkere pakken met zwarte handschoenen uitdagend frontaal in Olafs lens. Hun ongenaakbare, hooghartige blikken zijn beangstigend. Op een andere foto komt het jongetje terug. Hij wijst beschuldigend naar een donkere man in atletenkleding vol medailles en onderscheidingen. Hoe kan je bij zo’n beeld nou niet aan Jesse Owens denken?

Pina Bausch
f996b120af972fe8f8983ed59932db44_viewDe hele Berlijnse serie van Olaf ademt dreiging en ontluistering uit. Hij heeft natuurlijk gelijk dat het huidige tijdsgewricht weinig ruimte biedt voor optimisme. Desondanks dacht ik op zeker moment: hij heeft het niet over de wereld, maar over zichzelf!
Op een van de foto’s – wat mij betreft de mooiste van de serie – zitten links drie oudere dames in de schaduw. Ze deden me denken aan de oudere balletdanseressen in Café Müller van Pina Bausch. Hun glorietijd hebben zij al heel lang achter zich gelaten. Hen rest nog de herinneringen. Ze zijn weer muurbloemen geworden en dat valt bepaald niet mee. Hun bittere trekken spreken boekdelen.
Rechts zit een oude man. Het glas op het tafeltje naast hem is nog niet leeg, maar hij is al in slaap gedommeld. Iets rechts van het midden, in het licht staat een meisje in korte rok en een kort hesje dat haar buik bloot laat. Hoe oud zou ze zijn? Vijftien, zestien misschien. Ze is nog net niet sexy, maar ze staat op de drempel, bijna klaar om het spel te spelen. Het is een prachtig beeld, maar tegelijk pijnlijk voor een 54-jarige man. Ook mijn glas is nog niet leeg, maar ik zit al wat suffend aan de kant.
Erwin Olaf is een half jaar jonger dan ik. Op de korte video bij de tentoonstelling zien we hem aan het werk in Berlijn; dravend, componerend, zoekend naar het juiste beeld. Hij oogt intens, vitaal en gedreven. Maar wellicht voelt ook hij ‘s ochtends dat de ledematen wat strammer zijn. Olaf wordt ouder. De jeugd is steeds verder weg. Onbekend en bedreigend.

‘Regressive’ is in MMKA nog te zien tot en met 27 januari 2012. Behalve de serie ‘Berlin’ maken de foto- en videoserie ‘Dusk & Dawn’ en de installatie ‘Keyhole’ deel uit van de tentoonstelling in Arnhem

Advertenties