Diane Arbus reisde langs de rafelranden van het leven

FOAM is er een paar weken voor dicht geweest, maar het resultaat mag er zijn: de overzichtstentoonstelling van Diane Arbus (1923 – 1971) is ontroerend mooi. Haar foto’s lokken de kijker een duistere wereld binnen. Voor wie niets van Diane Arbus weet, veroorzaakt het ‘documentaire’-kamertje een koude douche.

Ik weet niet veel van fotografie. Af en toe onthoud ik een naam  en heel soms herken ik een foto.

Diane Arbus kende ik niet. Nooit van gehoord, dacht ik, nooit iets van gezien. Tot de eerste verhalen over haar tentoonstelling in FOAM verschenen en ik de bijbehorende foto’s bekeek. Die tweelingmeisjes en die Joodse reus; ja, die ken ik! En ook die jongen met die strooien hoed die klaar staat voor een mars vóór de oorlog in Vietnam. Op zijn linkerrevers een button met de heldere boodschap: Bomb Hanoi.
Drie foto’s die ik blijkbaar ooit eerder zag en die ik zonder naam of toenaam had opgeslagen. Daarmee was de fotografe bij mij buiten beeld gebleven. Daar kon ik in FOAM verandering in brengen. Het museum was niet voor niets een paar weken dicht geweest: het overzicht van het werk van Diane Arbus (nog te zien tot en met 13 januari 2013) moest wel iets bijzonders zijn.

En dat bleek ook zo. De zalen van FOAM waren met wat kunst- en vliegwerk (richtingsbordjes met ‘Vervolg Tentoonstelling’ die de bezoeker langs trappen en gangen leiden) tot één doorlopende galerie gemaakt. Aan de wanden ruim tweehonderd foto’s van Diane Arbus die op het eerste gezicht allemaal even groot zijn.
Het kijken begint; maar waar moet ik op letten? Niet op de fototechnische kwaliteit blijkbaar, want al vroeg in de tentoonstelling passeer ik de foto’s die Arbus maakte voor een portfolio in Esquire. Thema zijn de rangen en standen binnen New York. Een van de zes foto’s, genomen op het balkon van de opera of een theater, is niet scherp. Ook verderop in de tentoonstelling hangen foto’s die in mijn ogen eigenlijk mislukt zijn. Toch hangen ze hier kunstwerk uit te hangen. Blijkbaar ontgaat mij iets.

Frontaal
Wat me niet ontgaat, is dat Arbus me al na pakweg tien foto’s heeft meegenomen naar donkere krochten waarvan ik het bestaan hoogstens vermoedde. We kijken achter kleedkamerdeuren bij circusartiesten, SM-meesteressen en hun klanten, variété-danseressen, figuranten uit een travestietenshow en degenslikkers. Arbus toont ons deze ‘randfiguren’ ongemaskerd en ongepolijst.
Net zo frontaal zijn de beelden van gewone mensen op een bankje in een park, thuis op de bank of gemaskerd tijdens een bal. Er hangt onmiskenbaar iets droevigs rond die beelden. Dat geldt voor de paartjes op bankjes in een park, maar ook voor de portretten van bezoekers van een nudistenkamp.
Het zijn stuk voor stuk droevige beelden, zelfs als je onbewust ook moet lachen. Neem bijvoorbeeld die vrouw op die verschoten sofa met haar huisdier: een aapje dat zij kleertjes heeft aangetrokken. De luxaflex achter de vrouw hangt op half zeven en maakt het beeld zo mogelijk nog droeviger.
Of bekijk de kamer in het huis waar Russische dwergen samenwonen. De drie poserende huisgenoten hebben iets tragikomisch.
Alle foto’s van Arbus dragen een titel, die over het algemeen slechts beschrijft wat we al hadden gezien. Halverwege de tentoonstelling, als we in de tijd rond 1966/67 zitten, heeft een hele reeks foto’s geen titel. Het gaat om beelden die Arbus schoot in een inrichting voor geestelijk gehandicapten. Sommige foto’s zijn werkelijk komisch, vooral als de patiënten verkleedt klaar zijn om halloween te vieren. Of bezig zijn met hun gymnastiek. De vrolijkheid spat er af. Maar intussen schrijnt het ook. Het is duidelijk dat we ons ook hier aan de randen van de doorsnee samenleving bevinden.

Schok
Na zalen vol foto’s vervolgt de tentoonstelling met een zaaltje waar aan de vier wanden biografisch materiaal over Arbus hangt: dagboeknotities, foto’s, uitspraken, beschrijvingen.  Wie Diane Arbus niet kende, moet na haar tweehonderd foto’s zo langzamerhand wel een beeld van haar hebben. Want wat bewoog haar om zo nadrukkelijk de zelfkant te kiezen? Antwoorden geeft het ‘documentaire’-kamertje niet. We lezen dat ze van goede huize kwam, aanvankelijk reclamefotograaf was, een opleiding volgde en freelance-fotografe werd. We volgen haar carrière die langs toonaangevende Amerikaanse tijdschriften voert. Ze neemt zelfs deel aan een belangrijke tentoonstelling in het Museum of Modern Art in New York.
Over haar persoonlijke leven komen we intussen weinig te weten. Er is een vroeg huwelijk dat uiteindelijk strandt. En er is een nieuwe liefde. Tweemaal lijdt Diane aan geelzucht. Intussen krijgt ze opdrachten en geeft ze les. Allemaal ingrediënten van een normaal, zelfs  vrij succesvol leven. De laatste zin van het laatste bord hakt er dan ook genadeloos in: in 1971 pleegt Diane zelfmoord.
Dat schokt me.
Ik heb de neiging om de tentoonstelling nog eens van begin af aan te bekijken. Omdat ik hoe, wat en waarom wil weten. Omdat ik die foto’s verdenk.

‘Diane Arbus’ is tot en met 13 januari 2013 te zien bij Foam, Keizersgracht 609 Amsterdam.

Advertenties