William Kentridge presenteert pijnlijke poppenkast

Met zijn installatie ‘Black Box’ in het Joods Historisch Museum in Amsterdam vestigt de Zuid-Afrikaan William Kentridge de aandacht op een voor ons vrijwel onbekende geschiedenis. De vorm waarin Kentridge dat doet is uniek en prachtig, maar o, wat doet het pijn.

Afgelopen zomer liep ik door een heet en met kunst volgestouwd Kassel . Op zeker moment ontdekte ik een verduisterde ruimte waar een schaduwspel vertoond werd. Donkere figuren marcheerden langs de wanden van de ruimte. Het zag er imposant uit, maar ik had geen idee hoe lang die voorstelling al bezig was en hoe lang die nog zou duren. Nergens kon ik daarover informatie vinden. Omdat ik nog meer van Documenta 13 wilde zien, ben ik snel doorgelopen. Daar heb ik nog steeds spijt van. Weken later zag ik een oude uitzending van AVRO’s Close UP over William Kentridge (Bekijk Close Up). Toen besefte ik dat ik in Kassel een bijzondere kunstenaar had gemist.

Roeptoeter
In het Joods Historisch Museum in Amsterdam kreeg ik onlangs een tweede kans. Daar is tot 25 november de installatie ‘Black box’ te zien. Om elk half uur (11:30, 12:30, 13:30 etc) start in het auditorium van het museum de computer-gestuurde voorstelling van 22 minuten.
‘Black Box’ is echt theater en daarmee is de naam van de installatie deels verklaard. Het kunstwerk is werkelijk een minitheatertje, een poppenkast, met gordijntjes en al. Maar waar de kijker poppen verwacht, verschijnen vreemde mechaniekjes uit de coulissen. Eén ervan, die de voorstelling opent en later regelmatig terugkeert, noemde ik stiekem de ‘Roeptoeter’, omdat deze me deed denken aan een dorpsomroeper. Het bordje dat dit mechanische figuurtje draagt, is voor de kijker een waarschuwing: ‘Trauerarbeit’ staat erop. Wat we gaan zien is rouwverwerking volgens de methode van Freud. Die postuleerde immers dat trauma’s overwonnen kunnen worden door het herbeleven van de oorzaak ervan.
Het trauma waarover ‘Black Box’ handelt is de opstand in 1904 van twee Namibische volkeren. Hun grondgebied was bij de verdeling van Afrika tussen de Verenigde Staten en diverse Europese landen aan Duitsland toegewezen. Toen die het land begon te kolonaliseren, raakten de oorspronkelijke Herero- en Namabevolking in de verdrukking. Hun opstand leidde letterlijk tot een Vernichtungsbefehl  en tot de eerste genocide van de 20ste eeuw. Zo’n zestigduizenden Herero’s en Nama’s verloren daarbij het leven.

Animaties
Kentridge vertaalt deze dramatische geschiedenis niet letterlijk in zijn ‘voorstelling’. Zijn ‘Black Box’ is ook een vluchtrecorder die signalen registreert, maar zonder die te interpreteren. Een voorbeeld daarvan is de passer, een van de mechanische figuren die Kentridge opvoert. Heel klinisch was daarmee op de kaart de toekomstige Duitse kolonie afgetekend. En heel klinisch meet het apparaat later de schedels van vermoordde Namibiers. Andere signalen zijn de logboeken en dodenlijsten van Duitse militairen die betrokken waren bij de jacht op de oorspronkelijke bewoners van ‘hun’ gebied.
Kentridge gebruikt die signalen als bronnen voor zijn houtskooltekeningen. Hij filmt deze tekeningen, gumt dan delen uit, verandert zijn tekeningen en filmt ze opnieuw. Zo brengt Kentridge zijn tekeningen als in een stop-motion film tot leven. Die filmpjes maken deel uit van ‘Black Box’. Ze zijn zonder meer prachtig, maar dat is moeilijk te erkennen omdat de schedels en andere symbolen van de Namibische ‘killing fields’ schrijnen.
De geanimeerde houtskooltekeningen worden afgewisseld door passages van de mechanisch figuren en door filmbeelden. Het meest indrukwekkend en het meest pijnlijk is een heel kort fragment met blanke mannen op safari. Hun lafhartige jacht en hun trots op hun trofee staat in ‘Black Box’ symbool voor die hele Namibisch genocide.

Lichtvoetiger

Een beeld uit ‘Felix in Exile’ van William Kentridge

Het voelt ongemakkelijk om na die 22 minuten durende ‘Black Box’ gezellig koffie te gaan drinken. Misschien is het beter om langzaam af te kicken bij een selectie van Kentridge’s tekeningen en voorstudies die rond het auditorium hangen. Ga daarna elders in het museum de twee korte animaties Felix in Exile (1994) en The History of the Main Complaint (1996) bekijken. Hiervoor gebruikte Kentridge dezelfde tekenen-gommen-tekenen-routine als hierboven beschreven. Die animaties zijn geweldig. En hoewel niet vrolijk, toch een stuk lichtvoetiger dan ‘Black Box’. Daarna is de overgang naar het museumcafe niet meer zo hard.

Nog een tip
Het Stedelijk Museum en het Joods Historisch Museum organiseren op 20 november in het kader van de  reeks Stedelijk@ een bijzondere avond rond de tentoonstelling William Kentridge: Black Box. Op deze avond geven Carolyn Christov-Bakargiev, artistiek directeur van dOCUMENTA (13), en Thomas Elsaesser, bekend filmtheoreticus en emeritus hoogleraar Film- en televisiewetenschap aan de Universiteit van Amsterdam, beiden een lezing  over het werk van de Zuid-Afrikaanse kunstenaar William Kentridge.
Aanmelden is noodzakelijk. Stuur een mailtje naar reservations@stedelijk.nl met uw volledige naam, email-adres, telefoonnummer en de datum waarop het programma plaatsvindt dat u wilt bezoeken.

Advertenties