Een stil gevecht in het bad van Amie Dicke

‘Nabeeld’ heet de tentoonstelling van Amie Dicke in GEM in Den Haag. Een week nadat ik er was, krijg ik het nabeeld van wat ik zag niet helder. Het zwalkt tussen ‘geweldig’ en ‘gekunsteld’.

Voordat Amie Dicke (1978) twee zalen van GEM mocht inrichten, hing daar werk van Robert Zandvliet. Die tentoonstelling zag ik ook, maar ik vergat er in dit blog over te schrijven. Of Dicke de grote doeken van Zandvliet ook zag, weet ik niet. Zeker is wel dat zij beseft dat de ruimten in GEM een verleden hebben, maar eigenlijk geldt dat natuurlijk voor iedere willekeurige ruimte.
Die geschiedenis van ruimten blijkt een nieuw thema van Dicke te zijn. Dus wat deed ze: ze zocht in de muren de gaatjes op die nodig waren om het werk van Zandvliet op te hangen en vulde deze met kleine stukjes van het goudkleurige folie waarmee drenkelingen na hun redding warm gehouden worden. Alsof Dicke op die manier de aanwezigheid van Zandvliet in die ruimten nog warm wil houden.
Het is een ideetje, maar zonder doel en zonder uitkomst. Want waarom zou de bezoeker die voor Amie Dicke komt nog willen weten dat daar eerder Robert Zandvliet hing? Bovendien moet de bezoeker wel erg z’n best doen om die gaatjes met folie te vinden en is de beloning daarvoor minimaal; iets om je schouders over op te halen. Want het levert totaal niets op, geen indrukwekkend beeld en zelfs geen indrukwekkende gedachte.

Berlage
Een werk dat wat mij betreft in dezelfde categorie valt, bestaat uit een paar vitrinekasten van Berlage, de architect van buurman het Gemeentemuseum. Dicke heeft die gevuld met visnetten. Daarmee zou zij de herinnering levendig willen houden aan hetgeen ooit in die kasten stond. Zucht, o zucht. Ook hiervan ontgaat me het doel. Maar erger, het levert geen interessant beeld op en wederom geen boeiende gedachte. Niet iedereen denkt daar overigens net zo over. Marina de Vries schreef in de Volkskrant over dit werk: “Zo maakt ze de bezoeker bewust van het rijke en lange verleden van het instituut museum in het algemeen en van het Gemeentemuseum in het bijzonder. Even vanzelfsprekend vraagt dat rijke en lange verleden erom met zorg en respect te worden bejegend, niet door botte bezuinigingen en kortetermijndenkers te worden uitgewist.”
Ik heb bewondering voor de souplesse waarmee De Vries een gekunsteld werk zoveel betekenis weet te geven en er maar meteen de actuele cultuurpolitiek bij haalt.

Vijver
Dicke lonkt in nog een ander werk naar de omgeving van GEM. In een van de twee zalen van haar tentoonstelling heeft zij een grote vijver laten maken met dezelfde vorm als de vijver links voor het Gemeentemuseum. De vijver staat vol water en daarin heeft Dicke prints van eigen foto’s en van de geschiedenis van het Gemeentemuseum in ondergedompeld. Door het water geeft de inkt natuurlijk af. Het blijkt dat magenta het makkelijkst oplost en dus heet het werk: ‘The Battle of Magenta’.

The Battle of Magenta

De beschrijving bij het werk doet erg z’n best mij over de brug te trekken. Want volgens de tekst voeren al die prints “een strijd die lijkt op de slag die in ons geheugen gevoerd wordt. Welke beelden vervormen, welke zakken weg of verdwijnen volledig?”
Intussen liggen die prints roerloos en vredig op en over elkaar. Als dit een strijd is, worden mijn bezwaren tegen oorlogen een stuk minder.
Uit de tekst begrijp ik verder dat het de bedoeling is dat de vijver door verdamping op den duur leeg zal zijn en de prints samen een nieuw beeld vormen. Het spijt me Amie, maar ik kom niet terug om het resultaat daarvan te bekijken.

De drie werken die ik hierboven beschrijf zijn allemaal van recente datum. Gelukkig laat de overzichtstentoonstelling van Dicke ook ouder werk zien. Want zij heeft wel degelijk mooi en interessant werk gemaakt. Dicke maakte naam met haar zogenaamde magazine cutouts: plaatjes van vrouwelijke modellen die zij met een scherp mes te lijf ging. Dat leverde indrukwekkende beelden op. In haar Volkskrant-artikel noemt Marina de Vries het “elegante art deco-gatenpatronen”, wat ik een treffende beschrijving vind. De overzichtstentoonstelling laat er een voorbeeld van zien. De vrouw op het affiches krijgt na de bewerking van Dicke een vampier-achtige uitstraling, alsof in ieder model onder de fraaie oppervlakte een vervaarlijk wezen huist. There is more than meets the eye.
Dicke is tijdschriftfoto’s ook met schuurpapier en spijkers te lijf gegaan. Ook daarvan zijn in GEM fraaie voorbeelden te zien.
Compleet anders is een beeld van een liggende paspop zonder hoofd of armen, waarop Dicke tientallen kleurige druipkaarsen heeft gezet. Het kaarsvet is over de paspop gedropen alsof Dicke de naakte pop zo heeft willen aankleden. Ik ben de naam van het werk vergeten en kan ook nergens meer iets vinden van de achtergrond ervan. Ik vind dat niet erg: ik vond het beeld spannend en koester het nabeeld ervan.

Advertenties