Vrijwillig in het Stedelijk (1)

Sinds de heropening van het Stedelijk Museum in Amsterdam werk ik er acht uur per week als gastheer/vrijwilliger. In de openingsweek betekende dat nog veel improviseren. De geplande gastheer-diensten in de zalen zijn voorlopig vervallen: de drukte dwong tot grotere bezetting van de garderobe. Maar ook dat leidt tot grappige verhaaltjes.

Vrijdag was een van de bezoeksters zo enthousiast over de vormgeving van de jassenhaken en de gekleurde labeltjes die we gebruiken, dat zij speciaal terugkwam om die te fotograferen.
Een half uur later kwam een man een portie pastasalade brengen die in een van de lockers was achtergebleven. Hoe lang dat pakketje daar al stond, was natuurlijk niet meer te achterhalen, maar de vervaarlijke bolling van het folie vertelde voldoende. Zit daar geen leuk concept in? Een zaal vol voorverpakt voedsel op sokkels en dan maar afwachten of bederfsgas een plastic bakje tot ontploffing brengt.

‘Oma vertelde
Zondag verving ik een half uur een collega in het familielab, waar kinderen onder begeleiding van hun ouders zelf mogen tekenen. Terwijl haar jongere zusje driftig bezig was met haar hedendaagse kunst, liet een meisje van tien mij de foto’s zien die ze die ochtend in het museum gemaakt had. ‘Meer dan 200’, zei ze trots. Desgevraagd vertelde het meisje dat ze thuis de gefotografeerde werken wilde naschilderen. Voorlopig hoeft zij zich niet te vervelen.
‘Mijn oma vertelde altijd over dit museum’, ging het kind verder. ‘Maar zo lang als ik al leef, was het dicht.’ Ze heeft dus nog een hoop in te halen, maar was daar zondag enthousiast aan begonnen.

Osama
Twee keer per week een dagdeel in het museum werken is natuurlijk een luxe. Voor of na de dienst kan ik er rondlopen en gedachteloos topstukken links laten hangen: volgende week ben ik er immers weer en kan ik er mijn tijd voor nemen. Dat geeft de rust om oppervlakkig te kijken en me selectief te laten lokken. Vorig week vielen me twee werken op.
Het eerste zocht ik doelbewust op: ‘Osama’ van Marlene Dumas. Het vrij kleine doek heeft een hele wand gekregen in de Dumas-zaal, waarin verder de twaalf Young Men hangen. Dit zijn portretten van mannen met een Arabisch uiterlijk: gewone jongens uit Amsterdam, maar ook zelfmoordterroristen. Mooie gezichten, waarvan niet is af te lezen wat zij eventueel op hun kerfstok hebben. Dat geldt ook voor dat vriendelijke, wat melancholieke  gezicht van Osama.
Ik liep vorige week drie, vier maal door de Dumas-zaal. Hoewel het steeds druk was in het museum heb ik nog niemand voor ‘Osama’ zien stilstaan. Toeval? Of verhoedt het Weten hier het Kijken?

Herfstvarens
Het tweede werk dat me opviel, was een spontane ontdekking. Ik liep doelloos door de zalen om een eerste globale indruk te krijgen van wat er hing. Plotseling bleef ik stilstaan. Ik zag een werk dat bestaat uit ruim honderd kleine, langwerpige zwart/wit-foto’s, die naast en onder elkaar hangen, maar allemaal ietwat uit het lood. De dynamiek van het geheel boeide me meteen, nog voor ik nog maar één foto werkelijk had bekeken. Toen ik beter keek, bleek op de achtergrond van iedere wazige foto een keurig geklede man te staan. Het gaat om twee mannen die elk ongeveer even vaak op een foto te zien zijn. Op de voorgrond lichten op iedere foto de witte contouren van een varen op. Het werk heet dan ook ‘Autumn Ferns’ en is van Gilbert & George. Ik vind dat een verrassing. Ik ken het illustere duo alleen van hun grote kleurige fotopanelen. En uit het Stedelijk Geschiedenisboek: in 1969 trakteerden zij museumbezoekers op hun beroemde performance  als levende kunstwerken op de trap van het oude Stedelijk. Deze herfstvarens uit 1975 zijn veel ingetogener dan enig ander werk dat ik van Gilbert & George zag. Ik vind ze prachtig.

Advertenties