Druipkaarsen en een broekencarrousel

Het Centraal Museum in Utrecht vroeg vijf kunstenaars om samen de tentoonstelling Ontplofte Blik te maken en daarvoor nieuw werk te realiseren. Een leuk idee dat naast mislukte concepten ook mooi werk opleverde. Des te jammer is het dat de Taal der Museale Rechtvaardiging weer zo irritant is.

Aan het plafond hangen vier metalen rekken met blokken was. Een gloeidraadje smelt de was waardoor met enige regelmaat een druppel naar beneden valt, die daar onmiddellijk stolt. Zo ontstaat na verloop van tijd een grillige druipstalagmiet.
Op het moment dat ik in het Centraal Museum liep, stond er al één. De tweede was net in de maak. Nummer drie en nummer vier volgen ergens in de komende weken. Dat tekent de mislukking van ‘Top Down, Bottom Up’, zoals dit werk van het kunstenaarsduo Driessens & Verstappen heet.
Dat tweetal is geïnteresseerd in natuurlijke processen en vertaalt dat in simulaties. Het zou inderdaad interessant zijn om te zien hoe verschillend de vier waspilaren zich in de loop van de tijd ontwikkelen. Want ongetwijfeld zijn er micro-omstandigheden (tocht, een groepje voorbijlopende museumbezoekers) die de richting van de val van wasdruppels beïnvloeden, en daarmee de vorm van de stalagmiet. De lol van dat onderzoek wordt bezoekers echter onthouden omdat de vier smeltmechanismen kennelijk ná elkaar in werking worden gesteld. Bovendien gaat het druppelen zo langzaam, dat bezoekers wel erg veel geduld moeten hebben om te wachten op de minuscule veranderingen die een nieuwe druppel veroorzaakt.

Waslaag
Iets dergelijks geldt voor een andere installatie van het duo; een bak met een laag was die door langzaam veranderende licht- (en warmte)intensiteit van lampen boven in de bak gaat smelten en stromen. Als ik door de ruitjes van de bak naar binnen kijk, zie ik een grillige laag was, alsof ijsschotsen over elkaar heen gegleden zijn. Blijkbaar is sinds de opening van de tentoonstelling de was op verschillende plaatsen gesmolten en weer gestold. Ik haal mijn schouders erover op, want in de paar minuten dat ik blijf staan kijken, zie ik geen enkele beweging, geen smelten, geen stromen. Valt hier voor mij als kijker dan iets te genieten, te bewonderen of te verwonderen? Nee, totaal niet.

Zandstorm
Beter geslaagd vind ik ‘Sandbox’ van Driessens & Verstappen. Ook dit is een grote doos met kijkvensters. Op de bodem van de bak ligt een flinke laag zeezand. Langs de randen zijn ventilatoren weggewerkt, die blijkbaar elektronisch gestuurd aan- en uitgaan. Het resultaat is een voortdurend veranderende zandvlakte. Hier kan ik wél minutenlang naar kijken en een half uurtje later nog eens terugkomen. Regelmatig dwarrelt het zand op, vormt het duinen waarvan de toppen onder invloed van de kunstmatige wind even later weer wanhopig inzakken.

Proces of concept?
Driessens & Verstappen werden samen met vier andere kunstenaars door het Centraal Museum uitgenodigd om Ontplofte Blik in te richten en daar nieuw werk voor te maken. Op de website lezen we: ‘Het doel was om samen met de kunstenaars de tentoonstelling te veroorzaken: een tentoonstelling niet als concept, maar een tentoonstelling als proces.’
Dat is grappig. Het Centraal Museum begrijpt blijkbaar dat de term ‘concept’ zo langzamerhand is uitgesleten – en bij velen zelfs weerstanden oproept! – , dus proberen ze hoe de term ‘proces’ valt. Nou, slecht! Want waar is dat proces dan? De vier zalen staan en hangen vol werk van het vijftal, maar van ontwikkeling, beweging of iets anders dat op een proces lijkt, is nergens sprake.

Dialoog
Het Centraal Museum gaat overigens fijntjes door met irritante clichés. Want we lezen dat werk van de vijf verschillende kunstenaars in het Centraal Museum een ‘dialoog’ met elkaar aangaan. Die term kom je om de haverklap tegen in musea en galeries. Is er nou geen enkele curator of directeur die beseft wat een onzin zij daarmee uitkramen? Het wachten is op de moedige curator die zegt dat werk van kunstenaars elkaar met de nek aankijken.
Wie is het overigens wel eens opgevallen dat alleen werk van verschillende kunstenaars met elkaar een dialoog zoekt? Een paar Van Gogh’s naast elkaar hebben elkaar blijkbaar niets te vertellen. Of vormen die ‘s nachts in het donker een gespreksgroepje om over hun schepper te redetwisten?

Wantrouwen
De loze taal op de website van het Centraal Museum is teleurstellend, want het museum blijkt te beseffen dat bezoekers niet erg gediend zijn van vaagtaal. Want we lezen ook dat kunst dient te worden ontdaan van ‘de ideologische stellingen en onbegrijpelijke essays waarmee tentoonstellingsmakers haar opzadelen. Het Centraal Museum vertrouwt op de zeggingskracht van het beeld zelf.
Dat klinkt goed, maar in de praktijk zijn ook dat weer lege woorden. Op zaal is over alle kunstenaars uitgebreide uitleg opgehangen. Blijkbaar wantrouwt het museum de zeggingskracht van de werken.

Bipsen botserij
Een enkele keer is dat wantrouwen terecht. De mobile van 12 broeken van William Engelen doet me niets, net zo min als de bijbehorende muziek uit een digitale muziekdoos. Ik vind het een flauw werk. Mijn mening verandert niet als ik de toelichting lees en begrijp dat het hier allemaal draait (sic) om het volksliedje ‘Utrechtse bipsen botserij’.
Ook het werk van Ab van Hanegem boeit me niet. De man heeft iets met wiskunde en verdwijnpunten. Surfen op internet levert een paar fascinerende werken op, maar zijn bijdrage aan Ontplofte Blik – waaronder zijn Sol LeWitt-achtige beschildering van het entresol – vallen me tegen. Daar verandert de uitleg over  “verdwijnpunten en de multiperspectivistische blik” niets aan.

Joepie!
Waar ik wel heel blij van werd, waren de sculpturen van Wolfgang Flag. Deze Duitser maakt abstracte beelden met een open structuur. Vaak lijken het spinnenwebben, soms eerder totempalen die vreemde bochten maken. In Utrecht staan een aantal staande zelfstandige werken, maar met meest imposant is een zaal waarin 26 grillige figuren door elkaar heen staan en hangen. Samen vormen zij een complex netwerk waarbinnen de afzonderlijke onderdelen nauwelijks te traceren zijn. Waar je ook gaat staan, nooit kan je het hele werk volledig bekijken, ook niet als je vanaf de balustrade het werk van boven bekijkt. Fascinerend werk.
Het plezier dat ik aan het werk van Flag heb, laat ik niet door de begeleidende tekst verknallen. Helaas bevat die ook weer gezwollen onzin. Dat Flag van afvalhout een geraamte maakt en dat met papier-maché bekleedt, is nog leuk om te weten. Dat hij voor dat papier-maché teksten over kunst uit boeken, tijdschriften en catalogi gebruikt, is non-informatie voor wie voldoende heeft aan de zeggingskracht van de werken. Van de gebruikte teksten is nauwelijks iets te lezen. Als Flag modetijdschriften of roddelbladen had gebruikt, waren zijn beelden er niet minder om geweest. Dat op het infobord zo nadrukkelijk melding wordt gemaakt van teksten over kunst, wekt wantrouwen. Het zal wel weer een concept zijn.

Advertenties