Hans Dagelet heeft geen bloedtransfusie nodig

Acteur en muzikant Hans Dagelet debuteerde in 2011 niet alleen als auteur maar ook als beeldend kunstenaar. Zijn sterk bewerkte krantenfoto’s en affiches hangen in Galerie Joghem in het gebouw van de bloedbank Sanquin, maar hebben wat mij betreft geen bloedtransfusie nodig.


Begin april schreef Hans Dagelet op het beroemde tegeltje van radioprogramma Kunststof zijn motto: ‘Hoeveel dagen stop je in een leven, hoeveel leven stop je in een dag’. In plaats van ‘leven’ had hij ook ‘kunstdiscipline’ kunnen schrijven, maar dat bekt natuurlijk niet zo lekker. Desondanks zou dat voor Dagelet wel kloppen. Volgens Wikipedia is de man acteur en dat is ie natuurlijk ook. Maar daarnaast speelt hij trompet – luister eens naar  zijn prachtige geschetter in ‘Flamingo’ van Spinvis! – en debuteerde hij vorig jaar als schrijver met ‘De man met de vier O’s’. Eind 2011 trad bij bovendien naar buiten met zijn vierde kunstdiscipline: beeldende kunst. Een deel van het werk dat hij in Kasteel Het Nijenhuis exposeerde is deze maand te zien in Galerie Joghem in Amsterdam-West in het hoofdkantoor van bloedbank Sanquin.

Jonge kunstenaar?
Gekke plek voor een galerie? Welnee! Het begon in 1959 met Joghem van Loghem, toenmalig wetenschappelijk directeur van de bloedbank, die geloofde in de creatieve kruisbestuiving tussen kunst en wetenschap, zelf kunst verzamelde en dat ter inspiratie in de laboratoria van de bloedbank ophing. Na zijn pensionering werd zijn werk als collectioneur namens de bloedbank overgenomen door een kunstcommissie. Maandelijks presenteert die commissie werk van vaak net afgestudeerde kunstenaars in een hal van de vestiging van Sanquin in Amsterdam die intussen Galerie Joghem is gedoopt.

Hoewel Galerie Joghem jonge kunstenaars over het voetlicht wil brengen, misstaat Dagelet daar niet. Als beeldend kunstenaar is hij immers nog jong. Bovendien is (een deel van) zijn werk prachtig. Dagelet gaat uit van krantenfoto’s of kleine affiches en gaat die te lijf met potlood, ballpoint, tipp-ex, viltstiften en acrylverf.
Drukker Bernard Ruijgrok blaast de bewerkte plaatjes – vaak nauwelijks groter dan een a4-tje – vervolgens digitaal op tot werken van een meter breed, zo zelfs nog groter. Piezografie heet deze techniek.

Klimt en Pollock
Het resultaat zijn collages waarop veel te zien is, maar die net zoveel te raden over laten. Regelmatig heb ik geen idee waar ik naar kijk en loop ik schouderophalend verder. Maar vooral de grotere, wild ritmische werken vind ik prachtig. ‘Pieck on acid I en II’ zijn spannende, evenwichtige kleurige puzzels, die me aan Gustav Klimt doen denken. ‘After’ en ‘Champdemars’ zijn nog wilder. Alsof Jackson Pollock even met Tipp-ex is langs geweest.
Totaal anders, want veel rustiger, zijn de twee collages Viola I en II. Waar Dagelet die titels vandaan haalt, geen idee, want ik zie niets dat op violen wijst. Maar die lichtblauwe strookjes en rechthoekige doorkijkjes maken het zo spannend dat ik steeds weer terugloop om nog eens te kijken.

Nog twee opmerkingen: de werken van Dagelet zijn prachtig ingelijst. Een aardige medewerker van Sanquin vertelt dat die lijsten van gezandstraald hout zijn. Had ik nooit eerder gezien. Erg mooi.
Piezografie is een prachtige techniek. Klein werk kan door de zeer hoge resolutie flink worden opgeblazen en waar nodig worden bijgekleurd. Nadeel kan zijn dat het eindresultaat letterlijk compleet vlak is. Bij collages met hun natuurlijke gelaagdheid kan dat een nadeel zijn.

Informatie:
Galerie Joghem – via receptie van Sanquin
Plesmanlaan 125
1066 CX  Amsterdam
Geopend op werkdagen van 08:30 tot 16:30 uur.

Advertenties