Libeskind in de polder is geen omfietskunst

Ik moest vanmiddag voor werk in Almere zijn. Na mijn afspraak had ik nog twee uur, genoeg voor een zoektocht naar blog-ware. Eerst maar eens naar De Paviljoens, het museum van Almere, dat tot 20 mei Grote Kunst voor Kleine Mensen laat zien. Ik pikte er bovendien een fietsroute op die me naar Polderland Garden of Love and Fire van Daniel Libeskind leidde.

De Paviljoens heet het museum in Almere. En zo ziet het er ook uit; als een aantal aan elkaar geketende paviljoens op palen van pakweg een meter hoog. Ze deden me ook aan bouwketen denken. De tijdelijke indruk die het gebouw maakt, klopt in ieder geval, want deze paviljoens waren oorspronkelijk voor de Documenta IX in 1992 in Kassel gebouwd en zijn later naar Almere verhuisd.
Ideale museumruimte is het niet, met al dat glas, dat bovendien de ruimte beperkt om schilderijen op te hangen. Maar wellicht is het voor andere beeldende kunst juist wel ideaal.

Grote Kunst
De Paviljoens zijn van zichzelf al speels, door de grappig geschakelde delen. Tot 20 mei zijn ze nog speelser, want het tijdelijke terrein van een kindermuseum. Overal in het gebouw staan schermen, soms groot aan een wand, soms klein op een houten kubus met schattige kinderstoeltjes erom heen. Soms ook een beetje verstopt in een groot houten krat, waarin drie, vier kinderen zich kunnen verstoppen en tegelijkertijd naar een filmpje kunnen kijken. Want daar draait het om. Op elk scherm vertoont De Paviljoen filmpjes van een minuut of drie die kunstenaars voor Grote Kunst voor Kleine Mensen hebben gemaakt. Zij deden dat voor het eerst in 2005. Van de filmpjes is ook een dvd gemaakt.
Dit jaar kwam de derde dvd uit, als souvenir van de derde serie waarvoor initiatiefnemers Nathalie Faber en Carolien Euser kunstenaars met een niet-Westerse achtergrond vroegen.

Met of in dat poppenhuis?
De tentoonstelling in De Paviljoens is een ‘best of….’ van de drie geproduceerde series. Leuk om te zien. Ook voor papa’s en mama’s. Mijn favoriet is ‘Insekt & Co’ van de Surinaamse Natasja Kensmil. Zij schildert insecten op een muur en laat die in elkaar transformeren, tot de geschilderde insecten zich niet meer laten wegtransformeren en er alleen maar meer insecten bijkomen. Leuk!
Knap en spannend is ‘Poppenhuis’ van Bart van Dam, waarin een meisje met haar poppenhuis speelt. Of….in haar poppenhuis speelt? Ga maar kijken!

Folly van Pjotr Müller
De Noordoostpolder is natuurlijk zelf al landschapskunst. Maar bovendien hebben grote kunstenaars her en der landschapskunst aangelegd. Beperkte tijd noopte mij tot een keuze. Die viel op de Pools-Amerikaanse architect Daniel Libeskind, want die man kon bij mij wel een potje breken sinds ik zijn prachtige uitbouw van het Joods Museum in Berlijn zag.
Het was zes kilometer fietsen. Onderweg passeerde ik een van de follies van Pjotr Müller, een prachtig nutteloos tempeltje aan de overkant van het water. Aan mijn kant van het water lag uitspanning Gate Way, zo’n typisch Amerikaanse houten huis, met een uitbouw gemaakt van twee Airstreamers. Daar zou ik een half uurtje later mijn verdriet verdrinken.

Aluminium platen op zwart grind
Waarschijnlijk had ik me teveel verheugd. Want ik zag het meteen toen ik de weg afdraaide; zielloos prutswerk. Maar ik ben dit blog begonnen om mezelf te dwingen beter te kijken. Dus stapte ik af en liep ik naar het kunstwerk toe. Ik zag een brede rechthoekige strook met zwart grind. He, die strook loopt door aan de overkant van een slootje. Da’s leuk!
Aan mijn kant van het water, staan op die strook een groot aantal aluminium platen van verschillende breedten. Ze staan er zonder enige orde. Je kan er niet tussendoor lopen, daarvoor staan ze te dicht bij elkaar. Je kan ze aanraken en kijken in hoeverre ze spiegelen (niet!). Dat is alles. Zeggingskracht? Ik hoorde niets. Spannende confrontatie met de natuur erom heen? Ik zag het niet.

Potje gebroken
Tijd om het boekje dat ik in De Paviljoens kocht te raadplegen. Daarin lees ik dat Polderland Garden of Love and Fire geïnspireerd is op het gedicht ‘De levende vlam van de liefde’ van de Spaanse mysticus en dichter Juan de la Cruz uit de zestiende eeuw. Goh. Maar wat dan die inspiratie precies was, daarover geen woord.
Ik leer ook dat de drie kanaaltjes in de nabijheid bij het kunstwerk horen. Tjonge. Wat een vondst om kanaaltjes te gebruiken waar de polder mee bezaaid is.
En bovendien leer ik dat die drie kanalen symbool staan voor verbindingen met Salamanca (de stad van die Spaanse dichter), Berlijn (waar Libeskind woonde) en Almere.  Dan volgt nog wat vaag geklets over het geometrische patroon van Libeskinds werk dat naadloos past bij lijnen van het Flevolandse cultuurlandschap. Zucht. Geniale gedachte hoor, om in Flevoland iets met rechte lijnen te doen! Daar hadden ze er nog niet genoeg van in Almere en omgeving.

En wat te denken van de volgende tekst:

Met Polderland Garden of Love and Fire creëert Libeskind ook een spirituele plek in de polder als symbool voor het nieuwe leven: een meditatietuin om te reflecteren op de wisselwerking tussen landschap en bebouwde omgeving, natuur en cultuur en verleden en toekomst.
Ja, zo kan je alles mooi praten. Als er een pak melk en een stapeltje Legosteentjes hadden gestaan, hadden ze dezelfde tekst kunnen gebruiken.

Vervolgens schrijft de brochure dat dit deel van het Pampushout wellicht in de toekomst bebouwd gaat worden. En daardoor krijgt dit kunstwerk ‘als ooggetuige van het verleden een andere betekenis in het stedelijke landschap’. Tjonge! Zet er een huis naast en dit kunstwerk krijgt een andere betekenis. Is dat autonome kunst?

Ik hoop dat Almere blij is met deze echte Libeskind. Ik vind het niets. Libeskind heeft bij mij dat potje gebroken.

Advertenties