Kunsthal: portretten versus portretten

Een van de oergenres van de beeldende kunst is het portret. In de Kunsthal in Rotterdam zijn tot 20 mei twee compleet verschillende benaderingen te zien. Aan de ene kant de Amerikaan Chuck Close met zijn hyperrealistische schilderijen en druk-experimenten, aan de andere kant Jasper Krabbé, die tweehonderd maal zijn vrouw en muze Floor vastlegde.

Toen ik beide tentoonstellingen had gezien, twijfelde ik niet. Krabbé had met zijn tentoonstelling ‘Closer to you’ de portretconfrontatie wat mij betreft dik gewonnen. Met veel plezier was ik langs de twee lange rijen portretten van Floor gelopen. Ik vond het fascinerend hoe Krabbé steeds andere technieken en materialen gebruikte om zijn muze ‘te pakken’ en van alle kanten te leren kennen. ‘Closer to you’ is eigenlijk één groot intiem portret en tegelijkertijd een staalkaart van de ambachtelijke mogelijkheden om een portret te maken.
Achteraf vond ik de ‘waslijn’-presentatie minder geslaagd. Had graag al die portretten boven en onder elkaar aan een enorme muur willen zien hangen, en dan vanuit een strandstoel – desnoods met een verrekijker – Floor willen bespieden.

Grids en papierpulp
De ‘Prints’ van Chuck Close zijn andere koek. De man is beroemd geworden met enorme, fotorealistische portretten. En ja, die zijn razend knap. Te meer daar Close aan een zeldzame oogziekte lijdt, waardoor hij moeite heeft om gezichten te herkennen. Tot overmaat van ramp raakte hij in 1988 gedeeltelijk verlamd. Dat alles verlet hem niet om gestaag te blijven werken. Nog steeds maakt hij portretten en nog steeds zijn rasters zijn uitgangspunt, maar hij experimenteert er lustig op los. Zo hangt er in de Kunsthal een portret van een van zijn dochters, waarvoor hij papierpulp in verschillende grijstinten gebruikte. Of wat te denken van tapijten met fotorealistische portretten? Fascinerend is ook het zelfportret waarmee de tentoonstelling opent. Wederom is een grid het uitgangspunt, maar de ‘pixels’ zijn dit keer gevuld met kleurige, kaleidoscoopachtige patronen. Desondanks is van een afstand het gezicht van Close glashelder.
Het is knap, heel knap allemaal wat Close maakt, maar toch raakten zijn portretten me niet. Ik vond ze koud en steriel.

Huiswerk
Krabbé is het overigens helemaal niet met mij eens. In zijn recensie voor OpiumTV noemt hij Close ‘de absolute meester van het hedendaagse portret’. (zie: http://bit.ly/HQksH4)
Als de winnaar van mijn portrettenstrijd zijn ‘tegenstander’ de absolute meester noemt, dan moet ik terug; nog eens kijken.

Advertenties