David Hockney: A Bigger Picture (deel 1)

Wie ‘A Bigger Picture’, de tentoonstelling van David Hockney, nog in Londen wil zien, moet zich haasten. Zijn werk hangt nog tot 9 april in de Royal Academy. Maar er zijn alternatieven, want ‘A  Bigger Picture’ reist eerst naar Bilbao en is vanaf 29 oktober in  Museum Ludwig in Keulen te zien.

Ik zag ‘A Bigger Picture’ drie weken geleden in Londen en heb ervan genoten. Wat ik zag, houd me nog steeds bezig. Maar zag ik het allemaal wel goed? Critici in Engelse kranten waren beduidend minder enthousiast. Ik realiseer me dat mijn oordeel is beïnvloed door een goede herinnering en dus door welwillendheid.

Teckeltjes

Mijn kleine geschiedenis met David Hockney begon ergens in de jaren negentig in Boymans-Van Beuningen in Rotterdam. Dat stelde destijds een wandje beschikbaar om Hockneys schilderijen van zijn twee geliefde teckels Stanley en Boogie te tonen.   Wilma Sütö schreef in De Volkskrant een aanstekelijk stuk over die tentoonstelling. Zij noemden de hondenportretjes een ‘remedie tegen dreigende herfstdepressies’ en ‘verrukkelijke sausijsjes van verf’. (Lees: http://alturl.com/dvqzf)

Hoe sympathiek dat ook klinkt, ik vond er helemaal niets aan. Ik vond (en vind!) die hondse schilderijtjes vooral onbeholpen huisvlijt. Heel schattig, zeker als een wandje vol getuigd van Hockneys liefde voor zijn beestjes, maar kunst?

(Bijna) mislukt tripje naar Keulen

Een paar jaar later, begin 1998, exposeerde Hockney een Foto Retrospectief in Keulen. Ik kan me niet meer herinneren waarom, maar ik wilde die tentoonstelling absoluut zien.

Ik reed met een vriendin naar Keulen. Dat was geen voorspoedig reisje. Het begon er al mee dat het wicht moeite had om ’s ochtends enigszins op tijd op te staan. Dat veroorzaakte al de nodige irritatie. Daar kwam bij dat we onderweg ook nog wat andere kwesties hadden uit te praten. Daardoor laaiden de emoties af en toe heftig op en raakte ik  van het rechte pad. Eind van het liedje was dat we verdwaalden in Duitse binnenlanden en pas diep in de middag in Keulen arriveerden. Toen we eindelijk de auto ergens hadden geparkeerd, was het te laat voor die tentoonstelling.

Chagrijnig beenden we naar de oever van de Rijn en doken een kroeg in om te bezien of er nog iets van de dag was te redden.

Nauwelijks had ik een halve liter bier in mijn knuist of mijn oog viel op een affiche van Hockneys tentoonstelling. Er borrelde een sarcastische opmerking op, maar die slikte ik in toen ik de openingstijden las en tot mij doordrong dat het museum uitrekent die dag ook ’s avonds open was. Bovendien bleek Museum Ludwig op loopafstand te liggen.

Feest

Die tentoonstelling was een zalige droom. Dankzij zalen vol spannende fotocollages sloeg mijn stemming radicaal om. Ik herinner me vooral nog een zaal met een soort balkon waarvandaan de bezoeker uitkeek op een wand van pakweg vijf bij drie meter die geheel in beslag genomen was door een collage van de Grand Canyon. Verpletterend! Verder natuurlijk zijn zwembad-collages, zijn portret-collages, zijn multifocus-view op de Brooklyn Bridge en het beroemde Pearblossom Highway.

Ik vond het feest en dwaalde er uren rond. In opperbeste stemming reed ik later diep in de nacht terug naar huis. Sindsdien kan ik natuurlijk geen slecht woord meer over Hockney horen. Het zou best kunnen dat ik daardoor drie weken geleden in Londen niet werkelijk goed heb gekeken. Maar daarover later deze week. (klik hier voor vervolg )

Advertenties